Waarom één lamp nooit genoeg is in je woonkamer

blog-1lSgZt8zeuoInJbDGpuo6-vsaqUSNkHSPipbgOeOSMHs

Het is oktober, kwart over zes en buiten is het al donker. Je komt thuis, drukt op de knop naast de deur en de hele kamer staat in één keer aan. Fel, en overal even fel. Je hangt je jas op en denkt er verder niets van. Pas een uur later, als je met een boek op de bank zit, merk je dat er iets niet klopt. Boven je hoofd is licht genoeg, maar op de bladzijde valt er te weinig. Je schuift een stukje op, je houdt het boek wat schuiner en na tien minuten pak je toch maar je telefoon.

Fel licht is nog geen fijn licht

Dat ligt niet aan de lamp zelf, want die brandt gewoon. De lamp hangt alleen te hoog en is de enige die aanstaat. Daardoor krijgt alles in de kamer evenveel licht, van de wanden tot de bank tot jouw boek. Precies zoals in een wachtkamer, en daar ga je ook niet zitten lezen. Het scheelt al veel als de lamp boven de tafel een stuk lager komt te hangen, tot ongeveer ooghoogte van iemand die zit. Het licht valt dan op het blad in plaats van op de hele kamer, en je kijkt niet meer recht in het peertje. Dat afstellen is meteen wat hanglampen zo prettig maakt in een woonkamer, omdat je zelf bepaalt op welke hoogte ze komen. Met een gesloten kap van linnen of mat glas blijft het licht ook echt op de tafel, terwijl een open bol het alle kanten op stuurt.

Licht op drie hoogtes maakt het verschil

Eén lamp geeft één hoogte, en daar komt dat vlakke gevoel vandaan. Komt er een vloerlamp naast je stoel bij, dan gaat het boek weer open, want dat licht valt op wat je in je handen houdt. Zet je daarna nog een klein lampje op de kast, dan verdwijnt ook die ene hoek die altijd donker bleef. Drie lampen op drie hoogtes, en dezelfde kamer lijkt ineens dieper. Dat komt doordat je oog van het ene lichtpunt naar het volgende gaat. Het is ook de reden dat een kamer met drie kleine lampen gezelliger oogt dan een kamer met één grote in het midden.

Het meubel eronder bepaalt waar het licht valt

Zodra de rest van de kamer wat donkerder is, zie je pas dat de schaduw langs één kant van de tafel ligt. De lamp hangt namelijk niet helemaal boven het midden. Verplaatsen doe je op dat moment het meubel en niet de lamp, want het snoer zit vast aan het plafond. Bij een ronde salontafel luistert dat vrij nauw, omdat zo’n blad maar één middelpunt heeft. Een rechthoekig blad heeft een middellijn over de hele lengte en kun je dus een eind verschuiven voordat er iets in de schaduw komt te liggen. Boven de eettafel speelt hetzelfde, met dit verschil dat je daar de stoelen ook nog kwijt moet.

Een woonkamer die ’s avonds klopt

Twee maanden later druk je op die knop naast de deur eigenlijk niet meer. De lamp boven de tafel gaat aan en de staande lamp naast je stoel, en dat is genoeg voor de hele avond. De lamp bij de bank houdt het licht op het blad, de staande lamp vult de hoogte daartussen en het lampje op de kast haalt de verste hoek erbij. Die felle plafondlamp gaat alleen nog aan als je iets kwijt bent.

gerelateerde berichten